Joop van den Ende

Joop van den Ende (1942)

Branche: media en entertainment
Onderneemt met:
 Stage Entertainment, Van den Ende & Deitmers
Grootste succes: de beursgang van Endemol
Grootste misser: Living City
 

De in Amsterdam geboren mediamagnaat Joop van den Ende probeerde een blauwe maandag cabaretster te worden en was een tijdje uitbater van een feestartikelenwinkel. Het mislukte allemaal. Tot hij zijn talent ontdekte: anderen tot ster maken. Nadat hij in de jaren zestig een theaterbureau was begonnen, lanceerde hij onder meer de carrière van tv-komiek André van Duin. In de jaren zeventig volgde een eerste hit als tv-producent met het clownsduo Bassie & Adriaan voor de Tros, voor wie hij later een circustournee zou organiseren. Ook experimenteerde hij met het maken van films.

Joop van Ende: de man van het grote gebaar

In de jaren tachtig ontdekte hij echter een gouden marktkans. Vanwege de ontzuiling en Europese mededingingsregels nam de concurrentie onder omroepen en later de commerciële zenders toe en daarmee de vraag naar grotere, onderscheidende spelshows. Met producties als de Soundmixshow en de Playbackshow speelde de tv-ondernemer daar handig op in. Ook verbaasde Van den Ende zich erover dat er in Nederland nog geen soap was naar Amerikaans model. Goede Tijden Slechte Tijden (vanaf 1990 op RTL) zou hem de naam soapkoning bezorgen. De ondernemer stond er bekend om dat hij zich met werkelijk alles bemoeide, ook op de set. Zijn shows waren qua productiekosten niet de goedkoopste. Begin jaren negentig schroefden de omroepen echter hun budgetten terug. Daar moest iets aan gebeuren.

Kaskraker Big Brother; verkoop van Endemol 

Het antwoord vond Van den Ende in een krachtenbundeling. In 1994 fuseerde Joop van den Ende met de productiemaatschappij van John de Mol. De twee mediaondernemers brachten hun nieuwe bedrijf Endemol in 1996 naar de beurs en konden daardoor 120 miljoen euro bij hun vermogen optellen. John de Mol leverde Van den Ende ook de kaskraker aller soaps aan: Big Brother. Het tv-format ging in bijna zestig landen over de toonbank. In 2000 maakte Van den Ende met de verkoop van zijn aandelen Endemol aan het Spaanse Telefónica de belangrijkste deal van zijn leven. Hij werd in één klap miljardair.

Nieuw leven als theaterman met Stage

Met zijn nieuw verworven rijkdom kon de ondernemer zich weer richten op datgene waar zijn kracht ligt: het maken van kwalitatief goed volksentertainment op de planken. Van den Ende heeft zijn theaterbedrijf Stage Entertainment inmiddels laten uitgroeien tot een internationaal entertainmentbedrijf met meer dan 4000 werknemers, waar jaarlijks voor meer dan 550 miljoen euro aan kaartjes wordt verkocht. 

VandenEnde Foundation; DeLaMar

Van den Ende stak eind jaren negentig niet onder stoelen of banken dat de ‘platte soaps’ hem gingen tegenstaan. Geen verrassing dus dat hij zich vanaf 2001 professioneel is gaan bezighouden met het bevorderen van kunst en cultuur en het stimuleren van ondernemerschap daarbinnen. Samen met zijn vrouw Janine richtte hij de VandenEnde Foundation op. In november 2010 realiseerde hij zijn droom: de verbouwing en heropening van het DeLaMar, een roemrucht, maar in verval geraakt theater bij het Leidseplein in Amsterdam.

Leven als investeerder: Van den Ende & Deitmers

Missers heeft Van den Ende ook gehad. Zijn investering in Living City, een groots vastgoedproject aan de Amsterdamse Zuidas, liep op een publicitaire ramp uit. Zijn zakenpartners bleken vuistdiep in de bekende vastgoedfraude van Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds te zitten.

Die beroerde investering heeft hij ruimschoots goedgemaakt met de oprichting van Van den Ende & Deitmers in 2006. Samen met de voormalige Endemolbestuurder Hubert Deitmers runt hij een van de meest succesvolle participatiemaatschappijen op het gebied van media en ICT. Zo heeft hij flink gecasht op verkoop van Hyves aan TMG en hebben de twee partners een belang van 30 procent in Eyeworks. Daarmee is de cirkel rond: Reinout Oerlemans, de soapster die Van den Ende begin jaren negentig van de straat plukte, is zich als zijn 'opvolger' in het Nederlandse medialandschap aan het ontwikkelen.