Dit vinden expat-ondernemers van Nederland

Wie ambities heeft, vindt Nederland al snel te klein. Toch zijn er ook buitenlanders die vanuit de polder prima zaken doen. Hoe kijken expat-ondernemers aan tegen Holland in business?

Kaya Bouma Thuis uitgenodigd worden bij een collega. Voor Sukhbir Jasuja (41) geldt het als een prestatie van wereldformaat. “In de meeste landen is het heel normaal dat je bij elkaar over de vloer komt, in Nederland heb je echt iets bereikt als een collega je in zijn huis toelaat.” Het is een van de vele eigenaardigheden van de Hollanders: ze houden werk en privé strikt gescheiden.

Beleving zakenrelaties

Jasuja kan het weten. De van oorsprong Indiase ondernemer runt al bijna vijftien jaar zijn IT-bedrijf vanuit Rotterdam. Maar die starre negen-tot-vijf mentaliteit die veel Nederlanders erop nahouden, het blijft wennen. Laatst kwam een groep Amerikaanse zakenrelaties naar het hoofdkantoor van ITpreneurs. “Als wij op bezoek gaan bij collega’s in Amerika, leggen ze ons echt in de watten. Ze nodigen je thuis uit, nemen je ’s avonds mee de stad in en doen er kortom alles aan om het je naar de zin te maken.” Wat deden zijn Nederlandse medewerkers toen de Amerikanen kwamen? “Om vijf uur ’s middags keken ze naar de klok: ‘De werkdag zit erop, wij gaan naar huis’.” De buitenlandse gasten mochten zichzelf vermaken.

Emigreren

Waar ambitieuze Nederlanders het liefst hun koffers pakken om een bedrijf te beginnen in Silicon Valley, Londen of Sjanghai, zijn er ook ondernemers uit andere landen die zich juist op Hollandse bodem vestigen. Ongeveer veertien procent van de startende ondernemers die zich vorig jaar inschreven bij de Kamer van Koophandel, is buiten Nederland geboren. Vaak zijn dat kinderen van migranten die in elk geval grotendeels hier zijn opgegroeid, maar er zijn ook expat-ondernemers bij die op volwassen leeftijd - en bij volle verstand - naar Nederland kwamen om een bedrijf op te richten.

Entrepeneur

Voor Jasuja was de keuze om in Rotterdam een bedrijf te beginnen snel gemaakt. Hij kwam op zijn 23ste naar de stad voor een MBA-opleiding aan de Erasmus Universiteit. Daarna werkte hij een paar jaar in Brussel op de IT-afdeling van Procter & Gamble. “Leuk werk, maar ik wilde voor mezelf beginnen.” Brussel was geen slechte plek voor een IT-startup met internationale ambities. En ook Duitsland, waar een van zijn zakenpartners vandaan kwam, was een optie. “Maar ik koos voor Nederland. Daar voelde ik me thuis, ik sprak de taal al een beetje en wist hoe dingen hier werkten.” Van die beslissing heeft hij geen spijt gekregen. Veertien jaar later is zijn startup uitgegroeid tot een bedrijf met 150 werknemers wereldwijd, van wie 45 in Nederland. ITpreneurs maakt onder andere lesmateriaal voor IT-cursussen en faciliteert e-learning.

Wennen

Maar dat succes kwam niet zonder slag of stoot, Jasuja verdwaalde regelmatig in het kantoormoeras van de lage landen. “Ik moest wennen aan de Hollandse manier van zakendoen. Nederlanders zijn in mijn ogen extreem georganiseerd - zelf ben ik van nature vrij chaotisch. Dat heeft te maken met mijn persoonlijkheid, maar het komt ook uit mijn cultuur. Nederlanders hebben veel behoefte aan structuur en een duidelijke planning. Dat heb ik echt moeten leren.”

Andersom heeft Jasuja zijn werknemers geleerd om buitenlands bezoek gastvrij te ontvangen - ook buiten kantoortijden. Eveneens wennen voor de Indiase ondernemer: de omgang met personeel. Dat wordt volgens hem door de overheid in de watten gelegd. “Of het nou gaat om ontslag, ziektekosten of vakantiedagen: de regelgeving is altijd in het voordeel van de werknemer. Dat is mooi, maar daardoor denk je als werkgever wel twee keer na voor je iemand aanneemt.”

Herkenning

Herkenbaar voor de Amerikaanse Melinda Jacobs (29) en haar Griekse compagnon Joanna Loannidou (30). De twee leerden elkaar kennen tijdens hun onderzoeksmaster Mediastudies in Utrecht. Het beviel ze wel in Nederland: een fijne plek om een tijd te wonen. Na hun afstuderen wilden ze nog wat langer blijven, en omdat ze allebei interesse in ondernemerschap hadden, besloten ze de krachten te bundelen. Inmiddels timmert het duo aardig aan de weg met twee startups: Subatomic, dat bedrijven en organisaties helpt bij het verbeteren van gebruikservaringen en Clustr, dat software ontwikkelt om lokale ondernemers aan een online winkel te helpen.

Wie: Joanna Ioannidou (30) en Melinda Jacobs (29)

Uit: Griekenland (Athene) en de Verenigde Staten (Ohio)
In Nederland sinds: 2008
Wat: oprichters van Clustr, Subatomic
Blij met: “De Hollandse directheid”
Baalt van: “Nederlanders die niet gewend zijn om te improviseren, buiten de gebaande paden te denken en flexibel te zijn. Dat is juist wat startups nodig hebben.”

Werknemersrechten

Ook voor dit expat-duo zijn de privileges van Nederlandse werknemers een van de grootste struikelblokken bij het ondernemen. Jacobs: “Heel goed dat er zoveel geregeld is hier, maar als startende ondernemer wil je flexibel zijn. Het is horrible dat de overheid je dwingt om je personeel zo snel een vast contract aan te bieden.” De Nederlandse werknemersmentaliteit botst soms met de startupcultuur, vindt Ioannidou. “Werknemers denken hier: ik verdien alles wat ik krijg, ongeacht hoe goed ik het doe of hoe het met bedrijf gaat. Dat is niet de juiste instelling bij een startup.”

Omdat de hoeveelheid en het soort werk dat ze moeten laten doen steeds sterk verschilt, werken de onderneemsters alleen met nul-urencontracten en freelancers. Ook de negen-tot-vijf houding van Nederlanders valt Loannidou tegen. “In Griekenland geven mensen zichzelf volledig voor hun baan. Hier gaat er een knop om zodra de werkdag erop zit, en zijn er totaal niet meer mee bezig.”

Voordelen

De voordelen van de polder? Jacobs noemt de geografische ligging: “Nederland is heel handig gepositioneerd in Europa, maar ook Amerika is goed bereikbaar.” Ander voordeel van het Holland en zijn ondernemingsklimaat is de directheid van Nederlanders. Loannidou: “In Griekenland zijn mensen veel diplomatieker. Nederlanders zeggen wat ze denken. Ik ben daar blij mee: je weet waar je aan toe bent en wat je kunt verwachten.”

Taalkloof

Maar dan is er wel nog de taalkloof. Na een goede zeven jaar in Nederland spreken Jacobs en Ioannidou de taal wel, maar het klinkt verre van vloeiend. Loannidou: “Het is lastiger zakendoen als je de taal niet perfect beheerst. Ik heb wel eens het idee dat klanten of werknemers zich beter op hun gemak voelen bij een Nederlands sprekend bedrijf, dat is jammer.” Dingen als informatie opzoeken bij de Belastingdienst of de Kamer van Koophandel blijft lastig: hun websites zijn grotendeels in het Nederlands. “De medewerkers daar willen ons vaak niet in het Engels te woord staan.” 

Chauvinistisch

“Sommige mensen denken serieus dat Nederlands een wereldtaal is, omdat het ook in België en Suriname gesproken wordt.” Oké, Greg Shapiro zegt het als grap, maar dat is ook zijn vak: de Amerikaanse cabaretier kwam in 1994 naar Nederland om er Boom Chicago op te richten. Hij bleef plakken en schreef twee jaar geleden How to be Orange, een boek waarin hij de Nederlandse cultuur analyseert en (vooral) op de hak neemt. Nederlanders staan bekend om hun talenknobbel, zegt Shapiro, maar kunnen toch verrassend chauvinistisch uit de hoek komen als het om taal gaat. En hoewel de meeste Nederlanders behoorlijk goed Engels kunnen, lijken ze zich te ergeren als bedrijven dit als voertaal gebruiken. “Dat is beperkt gedacht. Nederlands is natuurlijk een schattige taal, maar je komt er niet echt ver mee als je ook internationaal succesvol wilt zijn.” Zelf heeft Shapiro er als zzp’ende cabaretier ook wel eens last van. “Ik ben ooit uitgenodigd voor een uitzending van De Wereld Draait Door, maar ze vonden mijn Nederlands uiteindelijk toch te slecht voor televisie.”

Shirts verkopen in de Kalverstraat

Voor Geoff Collier (59) is taal na ruim dertig jaar geen enkel probleem meer. De Canadees werd in 1980 naar Nederland gehaald door een ijshockeyclub in Den Bosch en speelde later in Amsterdam. “Ik dronk een biertje met een teamgenoot toen hij voorstelde om samen een bedrijf te beginnen. Collier had een grafische opleiding gedaan, studeerde in de VS business administration en runde eerder in Canada zijn eigen schoorsteenveegbedrijf. De twee besloten samen T-shirts te bedrukken met grappige opschriften en tekeningen. Ook buiten het ijshockeyseizoen bleef Collier in Nederland voor zijn kersverse bedrijf, Fox Productions. “We verkochten onze shirts aan winkels op de Kalverstraat en moesten al snel verhuizen naar een groter pand.” Inmiddels is daar nog een bedrijf uit voort gekomen: Fox Souvenirs, dat textiel bedrukt voor toeristen. T-shirts met tulpen en wiet in Amsterdam, maar ook in Barcelona, Praag en nog twaalf Europese steden hangen de shirts van de Canadese ondernemer in de rekken.

Wie: Geoff Collier (59) Uit: Montreal, Canada

In Nederland sinds: 1980
Wat: medeoprichter en directeur van Fox Productions en Fox Souvenirs
Blij met: “De locatie van Nederland als Europese hub.”
Baalt van: “De kleinschaligheid en drukte van Nederland. 

Sociaal zakendoen

Typisch Nederlands zakendoen is volgens Collier sociaal zakendoen. “Als je hier een afspraak met een klant hebt is het niet: wanneer kun je leveren en wat kost het? Maar: hoe gaat het met jou, ben je nog op vakantie geweest? Nederland is een sociaal land, voor zakenbesprekingen wordt de tijd genomen.” Ook prettig is de internationale houding van Nederlandse ondernemers: op congressen gaat het over wat er buiten de grenzen gebeurt. “Een groot contrast met de States of Canada, waar sommige mensen denken dat Brussel de hoofdstad van Nederland is.”

Niet gebonden

Het is een verhaal van plussen en minnen. En al kunnen ze hier prima uit de voeten, geen van de expat-ondernemers voelt zich voor altijd gebonden aan Nederland. Zo makkelijk als ze kwamen aanwaaien, zo snel kunnen ze ook weer weg zijn. Dat geldt in elk geval voor Jacobs en Loannidou: “Om door te groeien is het voor ons slim om te kijken naar een plek als de VS. Daar zijn meer kansen voor startups.” De bedrijven van Jasuja en Collier hebben al meer wortel geschoten, zij zullen hier voorlopig wel gevestigd blijven. En persoonlijk? Jasuja: “Ik ben hier nu, af en aan, al bijna twintig jaar. Mijn vrouw en kinderen wonen hier, we hebben het fijn. Toch is het goed om ook eens andere plekken van de wereld te zien en vanuit daar verder te bouwen aan ITpreneurs.” Ook Collier pakt misschien nog wel eens zijn spullen, na dertig in Nederland: “Ik zal hier altijd een huis houden, maar mijn vrouw en ik willen best nog eens een tijd ergens anders wonen.”

Wie: Sukhbir Jasuja (41)

Uit: New Delhi, India
In Nederland sinds: 1996
Wat: medeoprichter en ceo van ITpreneurs
Blij met: “De goede infrastructuur in Nederland, het gebrek aan bureaucratie en de hoogopgeleide beroepsbevolking.”
Baalt van: “De arbeidswetgeving. Die is te veel in het voordeel van de werknemer.”